| Kwesties & andere zaken
| Artikelen



afb. 77
| Is the sky the limit of de museumdrempel
| Musea moeten samenwerken
| Toekomst van de musea ligt bij de rollator
| De yeepies in het museum


Is the sky the limit of de museumdrempel?
Column Rob van Zoest, Erfgoedarena Reinwardt Academie - 15.01.2014

Is the sky the limit of de museumdrempel?

Om erbij te horen probeerden jongeren zo’n 55 jaar geleden zo veel mogelijk te lijken op hun ouders. Dat is nu anders. Laatst kwam de 83-jarige moeder van een vriendin bij ons eten gehuld in een net zo ravissant, als kort minirokje. En de oudste blogger ter wereld, Bernardo la Pallo uit Phoenix Arizona is 110 jaar.

Dit is een voorbode van wat komen gaat: de babyboomgeneratie wordt ouder, blijft actief en leeft langer. In 2025 is bijna 25% van de Nederlandse bevolking 65+. Zij waren de Hippies, werden de Yuppies en zijn de Yeepies (Young Engergetic Elderly People Into Everything). Een aanzienlijk deel daarvan is hoger opgeleid, heeft veel vrije tijd en beschikt over voldoende zakgeld. Die zilveren golf bevolkt de musea, geniet van cultuur, en studeert aan HOVO’s. De internetpenetratie is hoog. Ze doen écht mee. Sterker nog: cultuur is er grotendeels voor én door de Yeepies, als bezoeker én participerende vrijwilliger. Zij doen er dus toe!

En hoe. Het museumbezoek stijgt en er zijn bijna een miljoen museumkaarthouders. Nieuwe musea zijn in de maak en de exploitatie leunt zwaar op de inzet van vrijwilligers.

Maar... veel musea hanteren nog steeds de mantra Jong, Nieuw, Snel en Leuk, terwijl hun harde doelgroep 50+ is en het evangelie van de subsidieverstrekkers niet langer rept van jongeren of nieuwkomers. Die prediken ondernemerszin en bezoekersaantallen.

In dat kader lijkt het mij verstandig wanneer musea hun vernieuwingsdrang onder de loep nemen en nadenken over het rendement van opleuken en verpretten. Wegen de kosten wel op tegen de baten? En kan dat niet anders? Zijn toegankelijkheid, mentaal en fysiek niet veel relevanter voor de harde museumkern?

Dat is niet alleen goed voor oud, maar ook voor jong. Wij leven in The Age of Marketing met entertainment als toverwoord. We zappen, googelen, twitteren en grazen. Al of niet in kuddes, netwerken of community’s. Als het maar hapklaar wordt aangereikt, zodat we het multitaskend kunnen consumeren. Alles, altijd met iedereen delend. Formats en comfort food met het tweede scherm bij de hand.

Denk eens anders; het aantal mensen dat bewuster leeft groeit. En de crisis helpt. We willen weten wat en hoe we eten, waar het vandaan komt en we bereiden het zelf met opgedane kennis en aandacht. Slow voedsel en slow koken kosten wat meer tijd en geld, maar het resultaat is smakelijker en de voldoening groter.

Naast de fast lane die musea ontwikkelen wordt het tijd voor de slow tour. Misschien een slow museum beweging, waar tijd en aandacht voor het maken, overdragen en consumeren belangrijker zijn dan nieuw, veel, snel en sexy. Waar kennis niet eng is, kijken wordt gestimuleerd, klein ook fijn kan zijn en minder wellicht beter.

Wat te denken van een slow label voor tentoonstellingen. Een type tentoonstelling dat nooit is weggeweest, maar waar veel musea zich voor lijken te schamen in de belevenistsunami. Musea als De Pont, Beelden aan Zee en talloze andere bewijzen met trots dat het anders kan. Jan van Eyck in Boymans was een uitdagende, kunsthistorische tentoonstelling die in 4 maanden tijd 140.000 bezoekers trok - een heuse contentbuster.

De museumbezoeker blijft jong van geest maar wordt wel ouder én afhankelijker van hulpstukken. Ze blijven er nieuwsgierig op uit trekken en zijn niet te stoppen. Met leesbril, hoortoestel, schuifelend met wandelstok of rollator, racend in rolstoel of op een scootmobiel blijft deze generatie rocken & rollen.

Toegankelijkheid betekent geen tekstbordjes op kruishoogte, zoals in het Fries Museum, geen bijschriftenboekjes in corps 6 in het Groninger Museum, geen matig uitgelichte presentaties waardoor bijschriften onleesbaar zijn, zoals in De Nieuwe Kerk, geen ontoegankelijke computer toepassingen in het Dordrechts Museum, of platliggende papieren exponaten in hoge vitrines, zoals in Museum Kranenburgh.

Fysieke toegankelijkheid betekent dat musea iedereen welkom heten. Glorieus en niet zoals ik als rolstoeler Filmmuseum EYE binnen kom. Via de dienstingang en een te klein liftje vol mensen die het trappenparadijs willen ontwijken. Uiteindelijk zit ik in de zaal vóór de eerste rij en wordt misselijk van de camerabewegingen op het widescreen.

Of zoals in het nieuwe Stedelijk Museum, dat ik pas binnen kan na hard bonzen op de glaswand. De gealarmeerde bewaking moet dan de meldkamer vragen de beveiligde deur te openen. De gewone draaideur is te klein. Daarna gaat het onder begeleiding en via sluiproutes het hoofdgebouw in. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

We hebben het hier over nieuwe of herbouwde musea. Aan tijd en geld heeft het niet gelegen. Ligt het aan de opleiding van architecten of was er te weinig ruimte? Of lag de brandweer dwars? Of waren de opdrachtgevers soms onkundig en niet bereid?

Het antwoord is simpel: het zit gewoon niet in de hearts and minds van de betrokkenen. Het gaat in eerste instantie om het spraakmakende gebaar, de monumentale ingang en de heilige trap - de ejaculatie van de architect.

Kijk er eens anders naar. Kunnen mijn oude ouders, of ikzelf, als ik morgen een ongeluk krijg en in een rolstoel beland, ook nog prettig naar museum, film of concert?

Waar een wil is, is een weg, blijkt uit de werkwijze van Nederlandse architecten die in China bouwen. Chagrijnig maar stilzwijgend omarmen zij de principes van feng shui – de filosofie die ervan uitgaat dat de omgeving bijdraagt aan het geluk van de gebruiker. Anders krijgen zij geen opdracht, en money talks nu eenmaal. Als we dat nu eens toepassen op het thema integrale toegankelijkheid.

We hebben in Nederland veel en prachtige musea met unieke verzamelingen boordevol kennis en veel bezoekers. Het omarmen van toegankelijkheid is noodzakelijk en een zegen voor oud en jong. Slow naast fast en als het even kan drempelloos. Dat zorgt voor tevreden bezoekers, geeft een goed gevoel en spekt de kas. Dat noem ik maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zeker met de aanzwellende zilveren golf is the sky dan the limit!